
monument bij de brug bij Heusden |
BRUG BIJ HEUSDEN
1894-1904
Als een ark op het droge
zo verrijst uit het land
bij Heusden de brug
en niemand die spot
want angst heeft
de stemmen verstomd.
In het oosten wringt
en kronkelt de Maas
als een giftige slang
en waant zich de baas.
Maar achter haar rug
ondergraaft men die macht
in een bedding
gericht naar de zee.
Met het water dat komt
als een dief in de nacht
heeft de bastaardrivier
duistere machten ontkracht.
En hoog op de brug blikt
menigeen terug en draait
zich vervolgens om
het water stroomt weg
naar Geertruidenberg…
vrede graast rondom
en droog blijft het land.
Wondere brug bij Heusden
arke uit Gods hand.
Cees Visser 2004
|

molen de twee gebroeders in Wijk en Aalburg |
Van Twee naar Drie
Decennia van
schuchter lonken, paraderen
Hier werd men op het leven voorbereid
Een vergezicht naar ‘t rechte pad of schuinsmarcheren
De Twee zagen slechts zelden haat of nijd.
Veel vaker
leidde het tot serieus verkeren
en werd er weer een huis verblijd.
Het kroost ging echter steeds meer sneren:
Die molen is toch niet van deze tijd!
De Drie
Gezusters zijn hun nieuwe doel
Geen weet van wind of wiek, van spil of vang
Met decibellen wordt het pas echt cool.
De Twee gaan
onverstoorbaar door, bewust van hun belang
Maar bij Zuidoost knarst soms toch het gevoel:
Ik hoor hen hier, zijn ze soms bang?
Kees de Waal
|

veerpont bij Veen |
Stromenland
Je leven
slijten tussen de rivieren
is keer op keer weer kopje ondergaan.
Als kind verdronk je bijna bij de pieren:
de stroom was sterk, je kon niet blijven staan.
En altijd
zullen er de ponten blijven,
geleid door kabels naar de overkant,
strak nagestaard door koeien die hun lijven
verkoelen, de poten vast in zuigend zand.
Naast water
waren Maas en Waal je vrienden.
De Maas een maatje dat je had getemd,
de Waal een stroom waar moeders soms om grienden:
hij zette vaak de mensen in hun hemd.
Mooi Altena,
omarmd door brede stromen
die tussen smalle dijken verder gaan,
behoud je glans. Laat het zover niet komen,
dat alles onder water komt te staan.
Kees van Gammeren
|

grenspalen tussen Veen en Andel |
De Kaaie Poale
Tussen twee flauwe bochten aan de oude Zoutendijk
pronkt stil dit fraaie stel
blikkend in een verre verte
al sinds je geboorte, elke tel
Nog fier rechtop, slechts lichtjes neigend
rij je er bijna zonder erg voorbij
wie goed kijkt begrijpt hun boodschap
schouder aan schouder, zij aan zij
Naast elkaar, als man en vrouw
eenheid, maar ieder toch uniek
toeziend bij ruzies en verliefden
onverstoorbaar in hun kaai mimiek
Boezemen zij nu niet veel ontzag meer in
toch staan ze op een echt vierlandenpunt
Heusden en Altena, Brabant en Holland aan de Maas
statige markeringspunten, waar rust je is gegund
Grenspalen met deftige wapens wachten
ieder aan zijn eigen kant
steek jij die grens gerust maar over
maar wel met uitgestoken hand
Andel, 30 augustus 2007
Henk van Noorloos
|

De poort bij Hoff van Tange |
De poorten van Het Hoff
Trouw en plechtig staan zij daar
als wachters van het dorp
alles zien, altijd moeten zwijgen
slechts de wind laat ze fluisteren met elkaar
De poort door, eruit of juist erin
is als de keus voor goed of kwaad
de mens die hier nog leven gaat
zal hij beseffen ’s levenszin?
Trouw en plechtig staan zij daar
de poorten van het Hoff
als seinen voor een toekomst
een weg naar God of vàn elkaar
Hoe lang zullen ze daar nog staan?
Overblijfsels uit een ver verleden
wie kent hun toekomst?
wat zien ze nog beleven gaan?
Één poort vlakbij verging
een stukje meer naar ’t westen
wat zal hiervan nog resten?
geen steen, geen staal, slechts vluchtige herinnering
Met aan ’t eind een helder statig Hoff
draaide ooit voor ’t eerst een ijzeren hek
knarsend open boven knerpend grind
Na hoeveel tijd vergingen zij tot stof?
De mens die hier nog leven gaat
die hier zijn opdracht gaat vervullen
die kiest voor goed of kwaad
voor leven of het leven laat
18 september 2006
Henk van Noorloos
|

Kerkje in Giessen |
baken in de uiterwaard
dit is je plaats te midden van
de doden
overziet het spel van leven -
van liefde en verlies
onderging de waterstromen
bleef het baken
waar woorden vielen
soms hard weerklonken
in de tijd
nog altijd gaat het leven
jou voorbij
onderga je de jaren
en de zielen
die in stilte zoeken
naar de zin van eeuwigheid
je kwam - je zag en overwon
en fluistert: de tijd heelt
alle wonden
erica van vugt maart 2008
|

zicht op Loevestein |
vastbesloten
ergens
verscholen tussen
akkers en velden
daar sta je al eeuwenlang
de jaren, het water doorstaan
ben jij de mooiste
langs de weg naar mijn dorp
soms zie ik je
even – een glimp
en denk aan al die vervlogen
jaren
ver weg
tussen bruggen en gebouwen
sta langs het water
dat ook vlak bij jouw
muren stroomt
mijn jeugd
mijn droom
zie je daar zo graag staan
vastbesloten om nooit
meer weg te gaan
erica van vugt 2006
|

Het slot van Jonkheer Sandberg in Rijswijk |
Rijswijksche heerlijckheid
In dit klein omgracht slot met
kloostermoppenmuren eromheen
vertoefden sinds de middeleeuwen achtereen de heren Van Rijswijk
en de geslachten Clootwijk, Sprunck, Nederveen,
Van Andel, Tulleken, Van Ouwerkerk en Schaap; ze leefden
lommerrijk.
Een jonkheer en zijne vrouwe lieten je luister herrijzen,
zoals je in 1756 opsprong vanuit je fundamenten.
Ontsponnen uit een motte sta je steeds onversaagd op uit de dood
omarmd door een arboretum vol fluisterende franjes.
Gekoesterd door duizenden twijgen eikenkastanjes
bied je prins en burger altoos bescherming in vree en in nood,
sta je schemerschitterend in zomer winter herfst en lente
somwijlen versteend door schimmen, die je ziel doen ijzen.
Starck huus, leef licht het
leven met kracht en pracht,
opdat zo een eeuwenlach angst en smart verzacht.
Marlin J. Peters juni 2008
|

Nabij de kerk in
Uitwijk |
Sonnet voor Uitwijk
het dorp schuilt achter
opgeschoten bomen
de Alm zo roerloos meanderend eromheen
in naam rivier slechts sinds de stroom verdween
ligt stil een oude sloot tot rust gekomen
je ziet alleen op zondag
mensenstromen
nog tweemaal in gemeenschapszin bijeen
in ’t lieflijk kerkje, rustpunt voor elkeen
ik denk: wie wil nu Uitwijk groter dromen?
maar zie ook hier een
nieuwbouwhuizenrij
een golfgeplate loopstal naast de hoeve
de koeien hoeven niet meer in de wei
vooruitgang wil ons
erfgoed overtroeven
gewin, techniek, de nieuwe beeldenstormerij
maar ach ik wil nog lang niet Uittik uit
Tineke Mocking
|

Aan gene zijde ligt Waardhuizens dodenakker |
Horizon
Een laatste rustplaats op een donk
Tussen weilanden en uitgestrekte akkers
Gedolven graven dragen hun bedolven doden
Vergankelijkheid onder ruisende bomen
Een eigen plek met gebeitelde namen.
Onleesbare letters op een oude zerk
Gesleten door de tijd en regendruppels
Soms bedekt met een warme deken van sneeuw
Verborgen achter een hoge heg
Jaartallen van weleer, verdriet in steen.
De bank biedt uitzicht in gepeins
Herinneringen spelen zich af aan de einder
En de stilte wordt meegenomen door de wolken
Tussen het groen zingt een merel
Maar er wordt niet geluisterd.
Cobi Brienen-Pater 2007
|

De watertoren van Uppel |
Uppelse toren, zo stil in het land
Thans
zonder water, wel antennes aan iedere kant
Uw roemrijk verleden, tot de rand toe gevuld
Symbool van een schoonheid, die geen tegenspraak duldt.
Tegenover smid Timmer, aan de Uppelsehoek
Terzijde de dijk, dat is waar ik u zoek
Oh toren van Uppel, bouwwerk op stand
Blijf wat u bent: mijn baken in ’t land.
Arie
Wezemer (Woerkums Literair Café)
|

Nabij
Het wapen van Emmickhoven |
Emmickhoven
Op de oever van de brede Alm
een buurt van boeren, orthodoxen
en verlichten: Emmickhoven,
met Waardhuizen agrarisch
oord vol broze vergezichten …
het regthuis ging op de loop,
over de Alm geen huis meer,
molen Zeldenrust in vlammen,
het logement ligt niet terneer …
de Alm mijmert, de geur
van golfbaan en veldbloemen,
fietsers op zoek naar verscholen
bankjes met visioenen.
Piet Hartman
|

Jan Klaassen bij het Arsenaal |
Jan Klaassen in Woudrichem
Trompetter van de Prins te zijn
Dat is een eer, al ben je klein.
Hij waarschuwt u om op te staan:
Ook slapend kun je door het leven gaan!
Wie oren heeft die hoort zijn lied,
Wie doof wil blijven hoort het niet.
pier van damme
|

Op den Bol in Woudrichem |
Hôôg waoter
De Maos en de Waol hebbe host, hebbe host
en ’t waoter strôômt nie meer d’r in, maor d’r nost.
De golleve beuke de daike âl weke
en niemând die daor nog ’n duîm in kom steke.
De poorte
zain dicht, wânt de kistdâm die staot t’r
en elleken dâg kom tâ donkere waoter
stripke veur stripke wâ hôôger en hôôger.
’t Regent mè bâkke en ’t wor maor nie drôôger.
En de Maos en de Waol hebbe host, hebbe host
waor ’t strând wor ontzând en de wèèrde
ontbost.
Waor de piere mè kwâkke d’n bôôjem uîtkruîpe
en de knaine, mè potjes de lucht in, verzuîpe.
Waor de sturrem en regen de Vesting doen trille,
en golleve trots witte koppe optille.
Waor lèèrze te lêêg zain en huîze gaon lekke.
en ’t wâssende waoter maor zurreg blaift wekke.
Maor de Maos en de Waol hebbe host, hebbe host
âs ’n schot dâ vânuît ’n kenon is gelost.
En ’t waotergebulder dâ gonst deur oe ore
Overschrêêuwt ’t wânhôôpig geluî vân de
tore.
Waor de polle mè riet de bâzâlte uitklotse.
Waor de vissers, onwel, hêêle beune
volkotse.
Waor de minse verbaisterd, intens en
aondâchtig
geniete en zuchte: ‘Wâ is ’t toch
prâchtig!’
Lizzy van Pelt
|

Waar eens 'Het Vinkennestje' stond |
Merwevinken
Al snaat’rend
klieven de aken door het blauw;
riethout, zand en bieten klonteren in de harten van mannen.
Voor vrouw en kind in de kou,
gelouterd door werk en water koestert men plannen.
Keer om uit ’t
Vinkengat en ga het Gros uit.
Doe op den Bol een gok, zwik en drink in ’t Vinkennest.
Waar Gorkum rijst van ver en Woerkums toren luidt,
weerspiegelt de Merwe d’ Oudendijk het best.
Ach, ’t
Vinkennest werd vogelhuis;
waar bleven: alver, roofblei, zalm en fint?
Het Gros en de Groenplaat werden thuis
voor paard en buffel, man en vrouw en kind.
Verzwaring van
dijk verslindt het gevoel van ‘ons Vinkengat’
en vertwijfeld kwett’ren vinkjes bij ’t opstromend nat.
Andel, april
2007
Marlin J. Peters
|

Veer bij Sleeuwijk |
Het
Selewijcse
Aalscholvers, duikeenden en zaagbekken
omlijsten als mistige vlekken
de in den lande bekende haven, noordzuidverband,
gelegen tussen rietgors en zandstrand.
Keizerin Marie Louise staarde over de merwegolven
varende uit de Sleeuwijkerwaard naar de Gorcumse Waterpoort.
Napoleon draafde onder spindotters bedolven
over zijn rijksstraatweg naar Parijs, zuideroord.
Trots
blikten jongens en meiden vanaf de dijk,
het was hun vlakke eiland, hoewel het noorden lonkte
en de pont het stadse leven naar hen toe flonkte.
Beschoten in oorlogstijd,
veelbesproken wegens knokkende mannen in dorpennijd
flankeert dapper het veer de Merwebrug in ’t fiere waterrijk.
Marlin J. Peters mei 2008
|

Bij het monumentale kerkje in Sleeuwijk |
De elementen
Die aan de Merwede geboren is,
langs het water liep van kindsbeen aan, vuur van zon op water
zag staan,
geboeid was door verbintenis,
die door de aarde werd gedragen
en veel door ‘t klare water liep,
door wolk en vis die God eens schiep, diens vreugd’ is groot, te
kort zijn dagen.
Die onweer boven de rivier vaak zag,
de wolken laag en bijna zwart,
waarin de bliksem taal ging schrijven,
vergeet nooit meer, geen uur geen dag
die elementen in hun kracht.
Zie het onweer wil bij ‘t water blijven!
J.A. Mijnlieff-Verschoor
|

De Merwede te Werkendam |
mijn
woonplaats
Niet veel van vroeger
heeft dit dorp.
De huizen en straten
hebben door bouwers
die het anders wilden,
van hun fraaie eenvoud
veel verloren.
Nog slechts
in enkele gevels
staan de vensters
waar ze horen.
De blauwe stoepen
zijn verdwenen.
Het heimwee knaagt.
Onwaardig een
rivierendorp,
de bouwsels die verrijzen.
Maar groots de ligging
van mijn dorp.
Ga met mij kijken
op de dijk.
Zie hier hoe wijd,
hoe licht de lucht
over het brede water is.
Zie snelle schepen
het water klieven.
Zie de begroeide kribben,
de oevers met de hoge
wilgen hier en daar,
en op de groene uiterwaarden
de spikkels van het grazend vee.
J.A. Mijnlieff-Verschoor
|

Pontje Steur |
Pontje
Steur
Hier opent
zich het weidse polderland
met golvend graan,
met grazend vee
en bomen naar de overkant.
Van ’t
Kooike naar de Grote Weerd
en omgekeerd
vaart zomerdaags
dit hulkje op en neer.
Tot aan de
oorlog zwom de grote steur
hier loom zijn rondje.
Nu dient de reiziger dit nietig pontje
tot brug, tot rustplaats en tot veer.
De veerman –
of is het de bode? - noodt
met stil gebaar:
- bezweert gevaar -
‘Begeef gerust uzelf in Charons boot.’
Kees van Gammeren
|

Monument van de watersnood 1953 te Hank |
Watersnood 1953
Het water,
vriend en blauwe pracht …
soms vlaag van woede, we zijn ongerust,
onverwacht een noordwester op de kust,
een helse kracht, vijand in de nacht.
Duisternis,
rollende golven:
de dijk buigt en breekt door …
mensen en vee gaan teloor,
leven wordt zomaar bedolven.
Het land
ademt weer zonder zorgen,
boeren turen en ploegen onvervaard …
iedereen denkt aan morgen.
Gij, kinderen
van de nieuwe dageraad:
wandelaars en fietsers onbedorven,
flierefluiters in een zee zonder afbraak.
Piet Hartman
|

De Papsluis |
PAPSLUIS
Anno 1815
Tot veertig heb
ik moedig dienst gedaan:
ik heb de beide forten
bijgestaan
met water waarvan mijn bestaan
altijd afhankelijk is geweest.
De Fransen sloegen voor mij op de vlucht,
maar Duitsers kwamen door de lucht
en maalden om mijn stromen niet, die
ik stortte uit de Bakkerskil in duizendvoud,
tot ondergang en tot behoud
van ‘t land. Mijn plicht.
Wat is de reden nog van mijn
bestaan?
De waterlinie werkt niet meer,
de vestingwerken van weleer
zijn nog slechts hobbels in de tijd.
Ik weet mijn plaats, een
onderbreking in de dijk.
Maar daal de trap af en bekijk
mijn kolk, waar ’t water bruiste met geweld.
Ik, Papsluis, ben in eer hersteld!
Kees van Gammeren
|

Kasteel Dussen |
Kasteel Dussen
Al eeuwen staat het hier
monument in de polder
kasteel omarmd door gracht
Het trotseerde rampen
gewond, verminkt, het bleef,
toonde steeds zijn kracht
Sint Elisabethsvloed, belegeringen,
oorlogen, geweld doorstaan
herrezen uit het vuur
Pronkstuk van adel
slot met allure
historie en cultuur
Ze trokken in jou
Van der Dussen, Van Brecht,
Van Axel, Van Gent
Vrouw met zes slapers
gemeenteraad Dussen
jou slopen, nipt afgewend
Al eeuwen staat het hier
kasteel, vast als een rots
Omarmd door rijke historie
verankerd als Dussens trots
Henk Hellegers
|

De kerk in 'Broek |
Babyloniënbroek
de naam is te lang
te hevig ook
als een verwoestende orkaan
die dit lieve land
zal teisteren
maar als de kerkklok luidt
hoorbaar
tot bij het Eendenveld
dan
kunnen we omhoog zien
en mogen we een appel eten
uit de bongerd naast de eeuwenoude kerk
de herfstkleur op de wangen
en
de naam vergeten
pier van damme |

De witte molen in Meeuwen |
De witte
molen bij Meeuwen (1740)
Bij Meeuwen
staat stoer en trots
baken in het wijde land
tegen weer en stormwind bestand
de witte molen, vast als een rots.
Als dartele
veulens op weidegrond
wentelen zijn wieken weer rond,
vanaf de morgenstond,
door molenaars en wind op gang gebracht
en iedereen kijkt en lacht.
De molen
draait, er is bedrijvigheid.
Hij maalt het graan zoals in vroeger tijd
toen boeren van hun heer, die dwingeland,
hun koren moesten brengen van het land,
manna uit Gods hand.
Zijn wieken
weerstonden in wintertijd
al in het eerste jaar en later
het woedende ijskoude water.
Zijn stenen maalden in ’t geheim in oorlogstijd
onverzettelijk totdat hij was bevrijd.
Hij werd
verplaatst door mensenhand,
maar hield zich nochtans staande.
De molenaars houden zijn wieken gaande.
Soms staan de wijzers stil bij een menselijk moment.
Hij spreekt ons aan, dit zwijgend monument,
ontmoetingspunt voor wie hem kent.
Cees de Gast
|

Dorpskerk in Eethen |
DORPSKERK
Als ik naar buiten staar
is daar de kerk
zij vult mijn raam.
Versteende vogel
herrezen uit het puin
der eeuwen
gerestaureerd
geconserveerd
pittoresk fossiel.
Kraaien omspelen haar in
een vleugelsymfonie
en diep beneden
in de hof
rusten stil
de doden.
Oude kerk, monument
in ons bestaan
omringd door hen
die ons zijn voorgegaan.
Cees Visser
|

Veer bij Drongelen |
VEER BIJ DRONGELEN
Weer doemt van gene zijde
in dichte mist
de schim van Nijhoff op
uit water van
de Bergsche Maas.
Vermomd als officier
waakt hij bij ’t veer
van deze grensrivier.
Gehuld in grijze nevels
schuift mysterieus nabij
de pont en komt
terstond in beeld
- als op papier in ’t nat
van een ontwikkelbad -
en legt vervolgens
niets vermoedend aan.
Waar komt dit beeld
vandaan?
De veerman heet Sebastiaan
thuis heeft hij vrouw en kind
geniet en leeft gezond
kijkt stil verwonderd rond
een buitenman die deez’
en gene zijde kent
de meester van de pont.
Cees Visser
* Als reserveofficier was
de dichter M. Nijhoff
tijdens de mobilisatie 1914-1918 actief
betrokken bij de bewaking van
het veer bij Drongelen.
|

Café het Zwaantje in Genderen |
’T ZWAANTJE
Bij ons in het dorp is een
heel fijn café
luister je mee?
Het staat aan de Genderensedijk
in een heel leuke wijk
’t Zwaantje is de naam
en het is er supergezellig achter het raam
Je kunt er van alles kopen
van gehaktbal tot mayonaise waar je je friet in kan dopen
Vanaf het jaar 1920
bestaat het al
en dat is een mooi getal
De schietclub is er van de
partij
en de hengelsportvereniging komt ook soms voorbij
Je kunt er een potje
biljarten
en ook heel fijn darten
Wie ernaar toe gaat krijgt
echt geen spijt
want zoals de spreuk boven de bar het zegt:
“Gezelligheid kent geen
tijd”
Angeline Bouman, 11 jaar
|
 |
HERCULES
METALLICUS
Ik Hercules ben terug!
De strijd lijkt nu gestreden
veel leed is er geleden
maar ik ben sterk en stug
weersta de tand des tijds
ben door mijn afkomst groot
al was ik op sterven na dood.
’t Is ook geen kleinigheid
een eeuw lang hier te malen
in d’ uiterwaard als wachter
bij ’t water dat achter
mijn rug de centrale
van Truidenberg passeert.
Een nieuwe tijd breekt aan
in het energetische bestaan
dat plots mijn lot verkeert.
Vermoeidheid in metaal
verging ik tot oud schroot
en zonder slag of stoot|
leek dit het einde van ’t verhaal.
Maar ik herstelde en zie:
aan d’overzijde vijf Giganten
minzame spijtoptanten
kolossen vol van energie
die mij van ver bedreigen.
Ik Hercules houd stand
als wachter van dit land.
Ooit breng ik ze tot zwijgen.
Cees Visser
|